21/11/2017

Cello

voor- en zijaanzicht

De cello (kort voor violoncello) behoort tot de groep van de strijkinstrumenten. De cello heeft een lage en warme klank, maar er kan ook heel hoog op gespeeld worden.

De eerste cello werd in de 16e eeuw gebouwd in Italië en waarschijnlijk heeft Gasparo da Salo (1540-1609) de definitieve vorm aan dit instrument gegeven. Als uitvinder van de cello wordt Tardieu, een geestelijke uit Tarascon, beschouwd.

De cello is bespannen met vier snaren en heeft twee f-gaten. De snaren van de cello zijn van hoog naar laag gestemd: A, D, G, C. De snaren van de cello hebben dus 4 verschillende tonen. Je kunt meer tonen maken door de snaar korter te maken. Dit doe je door ze met je linkerhand tegen de toets te drukken. Op die manier kun je op een cello wel meer dan 4 octaven spelen Als je op een strijkinstrument gaat spelen moet het wel bij je lengte en de grootte van je handen passen: op een te groot instrument kunnen je vingers niet makkelijk alle tonen maken. Instrumenten zijn er dan ook in verschillende maten, van 1/8 tot een hele. Ook de stok is er in verschillende maten. Hierdoor kan je al met 5 jaar beginnen met cellospelen. Je kunt een cello huren bij een vioolbouwer. Als je dan een grotere maat nodig hebt kun je je cello wisselen voor een grotere.

De cello wordt niet uitsluitend voor klassieke muziek gebruikt, maar ook in de jazz, popmuziek en metal. Naast het alleen studeren en spelen kan je ook heel veel samenspelen in kamermuziekensembles en orkesten. In de popmuziek wordt het instrument veel gebruikt in popballads.

Informatie over de lessen en contact over een proefles kunt u krijgen bij Esther ten Kate.

esther. tenkate@hotmail.com  of op tel.nr. 06-25160010